De dag van de jas

De dag van de jas

De dag van de jas begint met de geboorte van de tweeling Marina en Alida vet in het dorpje Wijvendal. Vanaf het moment dat de oudste met lede ogen toe moet kijken hoe haar tweelingzus naar buiten glijdt door een ruim gemaakt kanaal en ook nog bij vergissing door haar vader als eerste wordt aangegeven bij het bevolkingsregister, stapelen de eigenaardige gebeurtenissen zich op bij de familie Vet.          Vaders wereld speelt zich af op zee, waar hij het bevel voert over een vloot. In werkelijkheid zit hij als een dode matroos in de huiskamer en snijdt hij bootjes van appelhout. dat verandert als hij op een dag een leren jas steelt uit een winkel. Op dezelfde dag stapt de buurman met een partij nepspijkerbroeken de keuken en het leven van de familie Vet binnen. Tot ieders verbazing blijkt moeder meer over de buurman te weten dan heel Wijvendal bij elkaar.

In hoog tempo buitelt de ene scène over de andere. vanaf de eerste bladzijde laat Nelleke Zandwijk zich kennen als een schrijver met een verrassend eigen geluid. Ze munt uit in beschrijvingen van hilarische situaties en heeft een feilloos oog voor de absurditeiten van het bestaan.

De Groene Amsterdammer over een voorgepubliceerd hoofdstuk in Lust en Gratie: ‘Een weergaloos verhaal (…) dat veel, veel goeds belooft. De vertelster bezingt de mensen in haar omgeving in melodieus en ritmisch proza en met bergen humor.’